OVER VRIJHEID VAN MENINGSUITING

In het debat over vrijheid van meningsuiting wordt vaak het belangrijkste onderdeel van dit onderwerp vergeten, namelijk het bewustzijn en haar bewustzijnslagen. Vanuit welke werkelijkheid kijk je? Zou het niet de werkelijkheid (bewustzijnslaag) moeten zijn van: ‘juist omdat ik vrij ben, zeg ik niet alles’.

Mag je alles zeggen wat je vindt? Deze vraag kan alleen maar beantwoord worden als je de zin van het leven weet en aan welke spirituele wetten we als mensen onderhevig zijn. Was het goed om Saddam Hussein te doden? Nu blijkt van niet, maar dat hadden we ook eerder kunnen weten. Door kennis van de wet van karma: wat je zaait, zul je oogsten. Het Westen heeft in Irak kwaad met kwaad vergolden, met alle gevolgen van dien.

Vrijheid heeft juist met grenzen te maken. Als je ervaart dat we allen één zijn hoeft er niet van bovenaf worden opgelegd om iets niet of wel te doen. Je ervaart deze ‘regel’ als vanzelfsprekend en daarom als een grote vrijheid om ernaar te handelen.

Er is eigenlijk pas volledige vrijheid als er volledig inzicht is in leven en dood. Dus volledig inzicht in de zin van het leven (onwetendheid omzetten in inzicht, dus lessen leren), de wet van oorzaak en gevolg (wat je zaait, zul je oogsten) en de wet van reïncarnatie (we zitten in een geestelijke evolutie en we zijn ondertussen alles al geweest). Vanuit die kennis is het handelen vanuit respect voor elkaar en de natuur een vanzelfsprekendheid. Dan weet je bijvoorbeeld dat als je steelt van iemand, dat je het steelt van jezelf. Als je iemand beledigt, beledig je jezelf en ons allemaal. We zijn namelijk allen één. Geen vrijheid zonder broederschap.

Als we begrijpen dat we in een evolutie zitten van het steeds bewuster worden, dan begrijpen we ook dat onze visie op de vrijheid van meningsuiting bepaalt wordt door ons niveau van bewustzijn. Zolang we niet beseffen wat bewustzijn is – en dat er dus lagen van bewustzijn zijn – kan men er alleen maar intellectueel over praten. Men blijft als het ware op het platte vlak van de logica. Maar de logica van ons intellect wordt weer aangestuurd door ons bewustzijn. Het is aan ons (bewustzijn) hoe we het intellect (als instrument) gaan gebruiken. Gaan we er een oorlog mee uitdenken, of gaan we ermee een logistiek plan bedenken, zodat iedereen te eten krijgt? Alles wat je aandacht geeft, groeit. Jouw bewustzijn – hoe je in het leven staat – bepaalt wat aandacht krijgt en dus wat gaat groeien.

Anders gezegd, het is ons hart, als fysieke centrum van ons bewustzijn, dat ons doen en laten bepaald. Het hart moet de richting bepalen, het hoofd moet het uitvoeren. In de media wordt vooral het debat vanuit het intellectuele hoofd gevoerd, niet beseffende dat de antwoorden over de ethiek en over het leven worden bepaald door ons bewustzijn. Het niveau van bewustzijn (welke bewustzijnslaag) bepaalt ons uitzicht en hoe we ons intellect gebruiken.

Het handelen en het hebben van een mening wordt dus bepaald door ons niveau van bewustzijn en onze levenservaring. Voor de een is het begrip ‘eerlijkheid’ gelijk aan: ‘omdat ik vrij ben, mag ik alles zeggen’. Dat is hetzelfde (bewustzijns)gebied als ‘oog om oog, tand om tand’. Als hij geslagen wordt, slaat hij meteen terug. Een ander zal zeggen ‘ … terugslaan? Is dat de oplossing? Als ik geslagen wordt, dan ga ik eerst praten met die ander, want die heeft blijkbaar een probleem. Dat is pas eerlijk en respectvol’. Een derde persoon bekijkt het wéér iets anders en zegt: ‘ik creëer zo’n sfeer dat die klap niet eens in de gedachten opkomt bij de ander. Dat is pas eerlijk en zuiver’. Stel je eens voor als we met z’n allen in deze laatste werkelijkheid zouden leven, wat voor een (mooie) wereld zou het dan zijn?

Wat voor de één een enorme waarheid is, is voor de bewustzijnslaag erboven slechts de halve waarheid, want er is nog veel meer wat erbij komt kijken. Een verschil van mening is daardoor vooral een verschil van uitzicht. Een debat is vaak het elkaar bestoken vanuit verschillende lagen van bewustzijn zonder bij elkaar te komen. Neem een debat over abortus. Dit onderwerp laat duidelijk zien dat je visie op leven en dood heel belangrijk is. Want wanneer praat je over een mens, een baby? Als de foetus geboren wordt? Of al meteen na de conceptie? Of na 4 maanden, wanneer het bewustzijn volledig contact gemaakt heeft met de foetus? Dus om te bepalen of iets moord is, moet je eerst bepalen wanneer iets leven is.

Of Saddam Hussein het veld moet ruimen, wordt dus ook bepaald door je levensvisie. Net zoals je kunt spreken over ‘geweld met woorden of tekeningen’. Zijn beledigende tekeningen het antwoord op onrecht in de wereld? Verdwijnt daarmee het onrecht? Nee, natuurlijk niet, maar ondertussen zijn wel veel mensen pijn gedaan. Geeft zo’n tekening bewustwording? Zou kunnen, maar het geeft nog veel meer schade.

Dus het willen beledigen getuigt ook niet van kennis van de spirituele wet van onschadelijkheid: vanuit een goede intentie geen schade aanbrengen. Mensen die vinden dat je mag beledigen (met tekeningen) zijn vaak dezelfde die vinden dat je terroristen uit de wereld kan bombarderen. Het is bij wijze van spreken dezelfde werkelijkheidsbeleving, dezelfde bewustzijnslaag.

Zijn deze mensen daarom slechte mensen? Nee, natuurlijk niet. Eerder onwetend over deze wetten en dus over die ruimere werkelijkheid. Vaak zijn het mensen die in z’n algemeenheid ‘boos op de wereld’ zijn. Soms vanuit een persoonlijk trauma. Als een tekenaar van Charlie Hebdo zegt dat hij moet kotsten op al die mensen die nu opeens voor dit magazine zijn, dan begrijpen we wat hij bedoelt, maar tegelijkertijd denken we …’maar ben je niet een beetje een boze man, boos op de wereld? Waarom zo agressief?’ Want dit is toch geen aardige reactie? Dat had hij ook anders kunnen zeggen, zonder per se aardig te moeten zijn, overigens.

En is dat ook niet het geval met terroristen? Heel boos op de wereld? Want los van hun religie, weten we uit onderzoek dat het vooral ook andere zaken zijn die hun tot deze acties brengen. Zij zijn óók boos op de wereld. Hetgeen ook nog eens begrijpelijk is, want we leven in een zeer onrechtvaardige wereld. Met het Westen als veroorzaker. Het onuitstaanbare Westen heeft een zeer onrechtvaardige wereld gecreëerd. Het terrorisme is niet een oorzaak, maar een gevolg van deze oneerlijke verdeling. Wij in het Westen hebben de terrorist gecreëerd. En nu hij bestaat, spreken we er schande van.

Daarom … het antwoord op terrorisme is niet nog meer tekeningen, of nog meer ruimte voor geheime diensten of voor het leger. Het antwoord is een begin maken met een rechtvaardige wereld. Die komt er als we beseffen dat we één mensheid zijn, dat we allen broeders zijn. Die begint dus bij het bewust zijn van een ruimere levensvisie. Laten we dan ‘onze boosheid’ over zoveel onrecht omzetten in actie en beginnen met het eerlijk verdelen van de bronnen in de wereld. Op die manier kan er een onderling wereldlijke vertrouwensband ontstaan. (En als er iets schadelijk is voor vertrouwen is het wel kritiek en belediging). Als het vertrouwen groeit, kunnen er evenwichtige verhoudingen ontstaan vanuit wederzijds respect en zal er eindelijk rechtvaardigheid zijn. En alleen rechtvaardigheid in de wereld geeft duurzame vrede. In deze volgorde. Pas op deze manier krijg je het geweld uit de wereld. Oorlogen en terrorisme zijn dan verleden tijd, want er is geen aanleiding meer.

Ondertussen doen we er goed aan om niet te beledigen en te werken aan een ruimere levensvisie (we zijn allen één), want daar ligt het antwoord op al deze vragen.

© Ronald Jan Heijn


Geef een reactie